The fields with the red border are required.

Projectnaam en datum
[No canvas support]
  VOOR   NA        
het type gebied bepaald het maatgevende beschermingsniveau (T10, T50 of T100)
type gebied
oppervlakte plangebied
Bemaling polder/boezem
in de polder beschikbare gemaalcapaciteit voor het gebied
normafvoer (informatief):
verhard 28,8 mm/etm
onverhard 14,4 mm/etm
gemaalcapaciteit
mm/etmaal
mm/u
Oppervlakteverdeling
oppervlakte verharding in plangebied (woningen, bedrijven, wegen enz.)
verhard infrastructuur/bebouwing
oppervlakte doorlatende verharding en bijhorende bergingscoeffiecient (deze is afhankelijk van de gekozen constructie)
verhard doorlatend incl. bergingscoefficient
[No canvas support]
oppervlakte kassen in plangebied
verhard glas
oppervlakte onverhard (groen) in plangebied
onverhard
hiervoor geldt "dempen is graven"
huidig aanwezig water
Gebiedskenmerken
gemiddelde maaiveldhoogte: deze moet representatief zijn voor het plangebied, met name voor het onverharde gebied.
gemiddeld maaiveld
m NAP
maatgevend peil = maximaal peil voor het peilgebied bij gehanteerd peilregime
maatgevend peil
m NAP
verschil tussen gemiddeld maaiveld in plangebied en maatgevend peil
gemiddelde drooglegging
m
bij deze peilstijging wordt in het peilgebied nog aan de inundatienorm voldaan (op te vragen bij de watertoets)
toelaatbare peilstijging
m
Waterberging
benodigde compenserende berging
Grafieken dienen alleen ter verduidelijking van de principes.
Vasthoudmaatregelen / alternatieve waterberging
waterberging in alternatieve voorzieningen
geplande waterberging
Oppervlaktewater
te realiseren extra berging
hier is geen rekening gehouden met berging op taluds, deze mag in rekening gesteld worden als de omvang van taluds bekend is
te realiseren extra wateroppervlak
huidig aanwezig water
totaal te realiseren wateroppervlak
Opmerking
Versie sep 2014
.
Toelichting op de Watersleutel .
.
Algemeen
  Om de kans op wateroverlast te verkleinen is het van belang om ervoor te zorgen dat het watersysteem optimaal functioneert en goed wordt onderhouden. Hiervoor hanteert Delfland het stand-still beginsel. Dit houdt  in dat de kans op wateroverlast niet mag toenemen als gevolg van een ingreep in het watersysteem of een handeling die invloed heeft op het functioneren van het watersysteem.  .  
.
  Ruimtelijke ontwikkelingen kunnen invloed hebben op het watersysteem, bijvoorbeeld door een toename van verharding. Ook kan een gebied  van functie veranderen hiermee verandert ook het vereiste beschermingsniveau. Indien ontwikkelingen tot een verandering van de belasting van het watersysteem leiden, moet dit conform het stand-still beginsel worden gecompenseerd. .  
  Uitgangspunt is dat ieder gebied moet voldoen aan de inundatienormen, de wettelijke veiligheidsnorm aangegeven als de gemiddelde kans - per jaar - op wateroverlast door hevige neerslag. Ook mag een verandering niet tot grotere afvoer naar andere gebieden leiden (afwentelen). Daarnaast moet worden tegengegaan dat de nog beschikbare ruimte in het watersysteem door (ruimtelijke) ontwikkelingen geleidelijk aan steeds kleiner wordt (normopvulling). .  
.
  Om de benodigde compensatie voor een (ruimtelijke) ontwikkeling te berekenen, kan de Watersleutel worden gebruikt. De Watersleutel toont het verschil tussen de benodigde waterberging in de huidige situatie én in de toekomstige situatie. .  
.
Methodiek .
  De benodigde bergingscapaciteit in de huidige én in de toekomstige situatie wordt bepaald met behulp van de zogenaamde regenduurlijnmethode. Hierbij wordt over een tijdsperiode van 48 uur een evenwicht gezocht tussen systeembelasting (=neerslag) en beschikbare bergings- en afvoercapaciteit in bijvoorbeeld de bodem en het watersysteem. De waterberging vormt hierbij de sluitpost tussen systeembelasting en systeemcapaciteit (zie figuur). .  
. Visualisatie regenduurlijnmethodiek voor T100-situatie in gemengd gebied
  Na een druk op de knop ’Update’ wordt de verschilberekening uitgevoerd en wordt de te realiseren extra berging in m³ en m² weergegeven. Bij de berekening van de te realiseren berging in m² wordt rekening gehouden met de beschikbare peilstijging in het gebied. Let op, hierbij wordt geen rekening gehouden met berging op taluds. Deze mag worden meegenomen als de inrichting van de taluds bekend is. .  
.
Voor beide situaties (huidig en toekomstig) moeten eerst de relevante parameters worden ingevuld: .
.
Type gebied .
  De neerslaghoeveelheid waarmee wordt gerekend is afhankelijk van het geldende beschermingsniveau voor het gebied. Economisch hoogwaardige functies moeten tegen hevigere neerslag worden beschermd dan laagwaardigere functies. In de Waterverordening Zuid-Holland zijn hiervoor inundatienormen bepaald. .  
.
Oppervlakte gebied .
  Vul hier de totale oppervlakte van het plangebied in. De Watersleutel berekent zelfstandig voor welk aandeel daadwerkelijk een verandering in landgebruik/functie plaatsvindt. Alleen voor dit aandeel wordt een verschilberekening uitgevoerd. .  
.
Polder of boezem .
Geef hier aan in welke polder of welk boezemgebied de ontwikkeling plaatsvindt.  .
.
  Door deze keuze wordt relevante data voor het poldergemaal automatisch ingevuld. Er wordt gerekend met de door Delfland gedefinieerde beschikbare gemaalcapaciteit per gebied.  .  
  Polders die door middel van overstortbemaling rechtstreeks op de Nieuwe Waterweg kunnen lozen hebben een hierbij passende, hogere gemaalcapaciteit toegekend gekregen. .  
.
Oppervlakteverdeling .
  De benodigde berging is onder andere afhankelijk van de hoeveelheid verharding. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen: .  
  -      verharde infrastructuur/bebouwing: deze term omvat alle verharding behalve aan glastuinbouw gerelateerde verharding, dat wil zeggen woningen, bedrijven, wegen, parkeerplaatsen, verharding in tuinen etc.  .  
  -  doorlatende verharding: verharding die infiltratie van neerslagwater naar de bodem niet belemmert. De bergingscapaciteit van de voorziening is afhankelijk van de gekozen constructie en moet door de ontwikkelaar worden gespecificeerd.      
-      verhard glas: hierin wordt het oppervlak van kassen in het gebied opgenomen. .
  -      onverhard: het onverharde gebied wordt bepaald als het restant van het totale plangebied na aftrek van alle verhardingen.  .  
-     water: aanwezig oppervlaktewater in gebied (hiervoor geldt "dempen is graven") .
.
Systeemkenmerken .
  Het vasthoudend vermogen van een gebied wordt onder andere bepaald door de berging van water in de bodem, deze is sterk afhankelijk van de beschikbare drooglegging (het verschil tussen maaiveldhoogte en waterpeil). De gebruiker moet daarom een voor het gebied representatieve maaiveldhoogte opgeven. Voor de actuele situatie kan deze aan de hand van het Algemeen Hoogtebestand Nederland (AHN2) worden ingeschat. .  
Het maatgevende peil is gedefinieerd als het maximum peil op basis van het geldende peilbesluit. .
.
  De toelaatbare peilstijging geeft per gebied aan hoe hoog het water mag stijgen ten opzichte van peil zonder dat er relevante inundatie optreedt. De toelaatbare peilstijging is voor ieder gebied bij de wateradviseur op te vragen. .  
.
Resultaat: waterberging .
  Op basis van de opgegeven parameters wordt de hoeveelheid waterberging berekend die nodig is om de effecten van een ruimtelijke ontwikkeling te compenseren. De gebruiker kan ervoor kiezen om een deel van de benodigde bergingscapaciteit te realiseren in alternatieve bergings- en vasthoudmaatregelen als hiervoor aantoonbaar is dat deze goed benut kunnen worden. Door vasthoudmaatregelen of alternatieve bergingen kan water in een gebied langer vastgehouden of geborgen worden voordat het in het watersysteem terecht komt.  .  
.
Toepassing .
  De Watersleutel maakt gebruik van een vereenvoudigde rekenmethodiek, en is daarom vooral bedoeld voor relatief kleinschalige ontwikkelingen. Indien nodig toetst Delfland de toepasbaarheid afhankelijk van omvang en type ontwikkeling per geval.  .  
  In sommige gevallen is er een bredere kijk op een geheel watersysteem nodig. In die gevallen schiet de Watersleutel tekort en is inhoudelijk advies van Delfland nodig. .  
De Watersleutel is in ieder geval niet toepasbaar voor: .
.
  -      Grote ontwikkelingen waarin verschillende gebruiksfuncties verenigd zijn en/of bij volledige herinrichting van een gebied inclusief watersysteem. In dit geval raadt Delfland aan een bredere modelstudie te (laten) uitvoeren. .  
  -      Ontwikkelingen waardoor de toelaatbare peilstijging voor een groter (peil‑)gebied verandert (bijvoorbeeld door dat de laagste percelen in een gebied worden ontwikkeld en gelijktijdig opgehoogd). In deze situatie is een bredere analyse nodig, om het effect op de omgeving goed te bepalen. De Watersleutel voorziet daar niet in. .  
  -      Plannen in gebieden waarbij het te ontwikkelen gebied in de huidige situatie vaker zou kunnen (en mogen) inunderen dan het omliggende gebied. In dat geval verliest het gebied door de ontwikkeling bergend vermogen, wat in een breder perspectief bekeken moet worden dan alleen de individuele ontwikkeling. .  
.
  Ontwikkelingen die over meerdere peilgebieden verdeeld zijn, kunnen per peilgebied opgesplitst met de Watersleutel berekend worden. .  
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.
.